 |
|  |
| KOSC: één grote familie |  |
In Ootmarsum zijn stad en voetbalclub onlosmakelijk met elkaar verbondenEen grote aanwas van nieuwe leden en een vaste plek in de boeiende derde klasse op zondag. KOSC is een bloeiende vereniging. Maar ook een club die tussen alle betalende clubs in het amateurvoetbal vast wil houden aan de eigen principes.
Voorzitter Vincent Maaswinkel bladert door het jubileumboek ter ere van het 75-jarig bestaan in 2008 en komt met een leuke anekdote. ‘KOSC zou in 1933 opgericht zijn, maar eigenlijk bestaat de club al langer. Een vrouw van 101 vertelde dat haar broer, die in 1930 is overleden, al voor die tijd in Ootmarsum heeft gevoetbald.’ Zelf dook hij in archiefmateriaal van De Twentsche Courant, in het gemeentearchief in Enschede. Hij kwam tot de volgende conclusie: ‘Vermoedelijk is KOSC een fusie tussen ROVV en OSC, maar dat weten we niet zeker.’
Wat het exacte oprichtingsjaar ook mag zijn, anno 2009 is KOSC een club die floreert als nooit tevoren. ‘We hebben nu 620 leden. Toen ik in 2003 aantrad waren dat er nog 480’, vertelt Maaswinkel. Opvallend genoeg is hij geen echte Ootmarsummer. ‘Ik ben afkomstig uit Oegstgeest. In 2003 ben ik naar Ootmarsum verhuisd, daarvoor kwam ik hier al vaak als toerist. Jan Schulten kende mij en samen met Ben Lammerink vroeg hij me of het voorzitterschap me iets leek. Het klikte en een week na mijn verhuizing was ik voorzitter van KOSC.’
In die hoedanigheid maakte hij de opmars van de vijfde naar de derde klasse mee. En dat met allemaal ‘eigen’ jongens. ‘KOSC zal nooit op zoek gaan naar spelers buiten de stad. Vanuit Ootmarsum moet de club groeien. KOSC hoort bij Ootmarsum. Kijk maar naar ons eerste elftal, dat is een echte vriendenclub.’
Erelid Jan Schulten weet niet anders dan dat club en stad onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. ‘Trainer Koos de Wals is met KOSC twee keer kampioen geworden. Bij Sparta Enschede heeft hij ook een titel gewonnen, maar dat feest viel volgens hem in het niet bij de feesten in Ootmarsum. Spelers werden hier met de platte wagen binnengehaald en op het bordes gehuldigd. Dat zegt alles over KOSC en Ootmarsum. De stad is enorm betrokken bij de voetbalclub.’ En Schulten kan het weten, want hij is al 63 jaar lid van de club en was er actief als doelman, leider, assistent-scheidsrechter en clubscheidsrechter.
Dat KOSC een hechte club is, blijkt ook uit de supportersschare die de club heeft. Maaswinkel: ‘Wij hebben vrij trouwe supporters die ook meegaan naar uitwedstrijden. Soms staan er meer Ootmarsummers langs de lijn dan fans van de thuisploeg.’ KOSC een katholiek bolwerk noemen, gaat hem echter te ver. ‘Jaren geleden wilde een protestantse jongen hier komen spelen’, zegt Maaswinkel terwijl hij door het jubileumboek bladert. ‘Hier staat het: het was op 19 oktober 1948. Er wordt geschreven over een niet-katholiek die hier wilde voetballen. Dat mocht, al moest er eerst advies worden gevraagd aan een geestelijk adviseur. Uiteindelijk is het doorgegaan. Later heeft de club nog een protestantse voorzitter gehad: Dirk Huiskes. Wat dat betreft is Ootmarsum heel open.’
ClubbindingDe band met de club wordt al van jongs af aan gecreëerd in de Siepelstad. ‘We hebben hier het zogeheten Pottuffelkestoernooi, waaraan jongens en meisjes van vijf tot acht jaar aan meedoen. De laatste keer kwamen er 350 kinderen op af. Zo maken ze al op jonge leeftijd kennis met de voetbalclub en krijgen ze al vroeg binding met de club. Maar dat we de laatste jaren gegroeid zijn, heeft natuurlijk ook te maken met de prestaties van het eerste elftal’, aldus de voorzitter.
‘Prestaties horen er gewoon bij, maar niet ten koste van alles. Als we te maken krijgen met een minder talentvolle lichting, dan gaan we gewoon in de vierde klasse spelen. Geen probleem. Zolang ik hier voorzitter ben, zal KOSC geen spelers financieel belonen voor hun prestaties. En als een sponsor dat wel zou willen doen, dan heeft hij een probleem met mij. Als je gaat betalen, neem je een bepaald risico. Je hebt namelijk ook te maken met een gemeenschappelijk gevoel. Wat blijft er anders over van het amateurvoetbal en clubbinding? Ruud Bruns speelt nu bij HHC Hardenberg, maar staat nog elke zondag bij ons aan de lijn.
Die jongen voelt zich verbonden met deze club. Ik ga er vanuit dat hij op termijn terugkeert bij KOSC.’
Het gaat Maaswinkel te ver om te stellen dat prestaties helemaal niet belangrijk zijn. ‘Met de capaciteiten en talenten die we hebben, willen we natuurlijk wel een zo hoog mogelijk doel najagen. Daar hoort een bepaalde trainer bij en dan ontkom je er niet aan om ook buiten Ootmarsum te zoeken. Maar een trainer moet wél bij de club passen. Marcel Degenaar voldoet aan die eis. En het speelt ook mee dat de spelers hem graag wilden hebben. Die kenden hem via de spelers van Berghuizen, Marcels vorige club.’
‘Hechte vereniging’De trainer, afkomstig uit Hengelo, voelt zichzelf ook thuis bij de club. ‘Mijn ontvangst was uitstekend. Het bestuur, de spelers, de lagere senioren; ik ben door iedereen goed opgevangen. Heel fijn. De mensen staan open voor hoe ik ben en ik sta open voor hen.’ In korte tijd heeft hij al kennisgemaakt met het typische dorpse karakter van het stadje Ootmarsum. ‘KOSC is een vrij hechte vereniging. De stad is niet al te groot en kent maar één club, die iedereen die een passie voor voetbal heeft komt hier naartoe.’
Het is precies de reden waarom erelid Schulten het zo lang bij de club volhoudt. ‘Mijn hele leven bestaat uit voetbal. Mijn grootste drijfveer is altijd de sfeer geweest. KOSC is één grote familie. Ik wil graag dat we op een hoog niveau spelen, maar de sfeer komt voor mij op plek één. Dan komt de rest vanzelf.’ |
|
 |
|
 |