Adverteren/Ondersteunen
Archief
Spelersvrouwen uitslag
Forum
Het weer
Links
Sponsoren
Standen
Zeldzaam keepersgeslacht leeft voort
familieboschker01.jpg

Sander was niet het enige talent uit de familie Boschker

Zeven zijn het er inmiddels. Sander (39) is ongetwijfeld de bekendste van het keepersgeslacht Boschker. Maar er zijn er nog zes. Groot en klein, en hier en daar misschien wel met dezelfde kwaliteiten als de ervaren sluitpost van FC Twente. Voor Koploper Magazine verzamelden ze zich op een regenachtige zaterdagmorgen op het prachtige complex van Longa’30 in Lichtenvoorde. Hun club.
Vader Theo en Moeder Agnes – voor de jongste generatie opa en oma – waren altijd echte clubmensen bij Longa’30. Theo verzorgde bijvoorbeeld jarenlang de thee in de pauze van het eerste elftal. En Agnes was van de kaartjes. Ze waren met acht kinderen en vier zoons gingen bij Longa’30 voetballen. Of beter gezegd: keepen. Ook de meeste kinderen van de kinderen verdedigen weer het doel bij de club uit Lichtenvoorde. Eentje staat er onder de lat bij RKZVC. Wat het keepersgeslacht Boschker op zeven leden in totaal brengt. De vier broers hebben één ding gemeen: ze gingen en gaan allemaal heel lang door. De derde in de rij, Charles – ‘zeg maar Charly’ – staat op zijn veertigste nog steeds als reserve op de lijst bij het eerste.

René (52) is de oudste en keepte zeventien jaar in de hoofdmacht van Longa. Richard (46) was samen met Sander de meest talentvolle. Zegt René. ‘Charly en ik hadden qua karakter het meeste gemeen. Richard was echt een hele goede keeper en misschien wel net zo goed als Sander. Een mannetje van de souplesse. Maar ook één met een gebruiksaanwijzing. Dat is vaak het kenmerk van grote talenten’, lacht René, die tussentijds nog een jaar bij De Graafschap onder contract stond. Richard miste de top jammerlijk, want hij had het graag meegemaakt. De belangstelling van betaalde voetbalclubs was er, het kwam er alleen nooit van. ‘Je moet er ook een beetje geluk mee hebben’, blikt Richard in de dug-out naast het hoofdveld terug op zijn carrière, die overigens niet minder glanzend was in het eerste van Longa’30. ‘Als je op het juiste moment de goede personen tegenkomt, loopt het misschien anders. Sander kwam onder trainer Jan Bronkers op zijn zestiende in het eerste. En Jan was ook scout voor FC Twente. Hij heeft Sander mee naar Enschede genomen en iedereen weet hoe het vervolgens is gelopen’, zegt de tweede in rij, die in de herfst van zijn carrière nog lange tijd reservedoelman was en vaste grensrechter van het eerste. ‘Het nadeel van broers boven je die ook goede keepers zijn, is dat je als jongere broer moet wachten op je kans. René heeft zeventien haar in het eerste gekeept en heeft de anderen daarmee in de weg gestaan.’
familieboschker02.jpg

Clubliefde

De mannen hebben stuk voor stuk meer betekend voor de club dan alleen de geleverde bijdrage tussen de doelpalen. René, tegenwoordig assistent-trainer van Wilco Klop, geeft een rondleiding over de accommodatie van Longa’30 met een clubgebouw, waarvan er geen tweede is te vinden in de hele regio. Eén van de vleugels telt veertien kleedruimten met de modernste sanitaire voorzieningen. In een andere vleugel is de afbouw bezig van een gloednieuwe kantine. De entree van de accommodatie is er één van allure, alsof je bij een topclub binnenloopt. De Boschkers hebben er heel wat vrije uurtjes inzitten; net als heel veel andere vrijwilligers binnen de club die duizend leden telt. De clubliefde straalt er vanaf. Dit is de trots van Longa’30, de trots van de Boschkers. Die trots hebben ze jarenlang omgezet in sportieve prestaties op het veld. Voor alle vier de broers begon het allemaal aan de overkant, bij de boterfabriek op steenworp afstand van de ouderlijke woning. Vanuit het raam moet vader Theo lang geleden al hebben gezien dat zijn zoons waren behept met het nodige keeperstalent, met toentertijd René als voorbeeld voor de jongere broers. Charly: ‘Gôh, wat hebben er daar wat afgevoetbald”, wijst de derde in de rij over de hoofdtribune richting de plek van de vroegere boterfabriek. ‘Het heeft heel wat blauwe plekken en schaafwonden gekost, want je dook gewoon op de straatstenen naar de bal hoor. Je kunt wel stellen dat daar bij de boterfabriek de basis ligt van menig keepersbestaan binnen het gezin.’

De derde generatie heeft deze ochtend gevoetbald. Neefje Thijmen (12) van zus Carla woont in Zieuwent en keept daarom bij RKZVC. Als Thijmen met z’n moeder binnenwandelt is hij de held van de dag. Grol is met 8-0 verslagen. En als dat een voorbode is voor de zondag, zit het helemaal snor. Tussen Grol en Longa’30 bestaat van oudsher een enorme rivaliteit. ‘Ik denk trouwens dat dat meer van de kant van Grol geldt dan van Longa’, weet Richard. Volgens de Grollenaren zijn we een dorp en zij wonen in een stad. Nou, we zullen het morgen zien.’ Kay (23) hoort het aan. De zoon van René is de huidige doelman van het eerste. Waar hij het meeste op lijkt? ‘Dat moet je z’n vader vragen’, waagt niemand zich eraan om de benjamin teveel op te hemelen. Want dat is ook een kenmerk van de Boschkers: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg ook al loopt er een topkeeper in de familie rond. ‘Maar we vinden het wel heel leuk dat Sander zo’n succes heeft met FC Twente’’, zegt zus Carla. ‘We zijn bij zijn 224ste wedstrijd geweest dat een record was voor een Twentespeler. En ook bij zijn 500ste jubileumwedstrijd. De hele familie volgt Twente vanzelfsprekend op de voet.’

Traditie

Ook in het geval van Charly zet zich met zoontje Chris (6) een traditie voort. Voor Sander geldt hetzelfde met zijn zoon Bouwe van 8 jaar. ‘Hij heeft vijf keer gescoord tegen SVBW’, roept zijn oudere zusje. ‘En ze hebben met 5-0 gewonnen.’ Gescoord, horen we dat goed? Vader Sander lacht. ‘In de eerste helft had-ie niets te doen als keeper en in de tweede helft mocht hij voetballen. Nee, in mij is nooit een veelscorende spits schuilgegaan’, verzekert pappie. Wiens hart nog altijd bij Longa ligt, ook al heeft hij er bij lange na niet zo lang gespeeld als zijn broers. ‘Op mijn zestiende ben ik hier weggegaan richting Enschede. De band die m’n broers met de club hebben, voel ik minder sterk. Als ik in de gelegenheid ben, ga ik met m’n zoontje mee kijken. Dat is hartstikke leuk. En nee, hij hoeft niet goed te worden. Tuurlijk willen ze dat allemaal, maar het gaat er vooral om dat ze plezier hebben in wat ze doen. Om dat te beleven met je kind, ga je mee kijken. Dan ben ik gewoon de vader van één van die spelertjes in het veld. En als het een keer uitkomt, ga ik ook naar het eerste. Elke zondag zetten we sowieso teletekst op om te zien wat ze hebben gemaakt. Of wel bellen even. Zo sterk leeft Longa nog wel bij me. Helemaal als ze morgen tegen Grol moeten. Dat wil meteen weten wat het is geworden.’

Terwijl Charly nog een shagje rolt en Kay zich de verhalen van zijn ooms aanhoort, gaan de gedachten naar zondag, naar Grol. Kay moet er staan, Charly ook. Of ik hoop dat-ie een keer tegen de paal duikt? Nou, nee. Je hoopt vooral dat-ie ongeschonden uit de strijd komt. Maar ik ben reservekeeper en als de nood aan de man is, moet ik er staan. Zal ik er staan. Stiekem hoop je altijd dat je speelt. Daar train je voor. Maar dat zou dan ten koste van Kay gaan. En dat hoeft nou ook weer niet. We zijn familie en ploeggenoten en geen concurrenten.’ Overigens zou Longa’30 met 3-2 van Grol verliezen. En nee, Kay had geen schuld aan de tegentreffers…
weersverwachting

  IN DIT NUMMER

Familie Boschker
Andreas Gurkan
KOSC
Niek Davina
Jos Bakker
Beltona-competitie
Kitty Bosch
Spelersvrouwkalender
   


Looney's Sportswear

Set & Print

RADIONL

Twentesport

Ford Fischer

RCTM reclamebureau